skip to Main Content

De LVGA werkgroep Zand

Voor de LVGA werkgroep Zand geldt dat u onbeperkt lid moet zijn van de Landelijke Vereniging voor Geologische Activiteiten.

Wilt u zelf een werkgroep oprichten? Neem dan contact op met de voorzitter of de vicevoorzitter.

Wat is en doet de LVGA werkgroep Zand

 

 

 

 

 

 

 

Zand komt over de hele wereld voor en is dus
erg makkelijk te verzamelen. Maar het ene zand
is het andere zand niet. In de werkgroep leert u
van alles over soorten zand. Laat u geen zand
in de ogen strooien maar wordt lid van de
werkgroep

De Werkgroep Zand (WGZ) is als werkgroep van Stichting GEA opgericht in 1996. De WGZ is geen verzamelaarsgroep; dit moge blijken uit de doelstelling van de WGZ: het bestuderen van zand in al haar facetten.

In principe kan een ieder die bezig wil zijn met zand zich aansluiten: verzamelaars, fotografen, onderzoekers. Het programma van de bijeenkomsten wordt echter grotendeels gevuld met het verkrijgen van kennis van en vaardigheid in het herkennen van de in het zand voorkomende mineralen. Daarnaast wordt tenminste eenmaal per jaar een wandeling gemaakt door een voor de WGZ interessante omgeving. De WGZ kan als een ware pioniersgroep gezien worden: zowel materiaal als werkwijzen worden aangepast en/of ontwikkeld ten behoeve van gebruik voor zand.

De zware mineralen in zand vormen een belangrijk facet van de bestudering, maar er wordt ook aandacht besteed aan de andere bestanddelen die in zand kunnen voorkomen: de lichtere mineralen, fossielen en biogene delen. Daarnaast komen algemene geologische onderwerpen aan de orde die van belang geacht worden voor de besturing van zand, zoals de geologische tijdschaal en de geologische kaart.

Hoewel er stevig geleund wordt op professionele deskundigheid, wordt er regelmatig door één van de leden van de werkgroep zelf een onderwerp ingeleid waarna praktijkopdrachten worden uitgevoerd.

Voor de leden van de groep is een naslagwerk, het ‘Handboek Zand’ beschikbaar, waarin alle informatie die van belang wordt geacht, is opgenomen. Hoewel de redactie het voortouw heeft, bevat het Handboek heel wat bijdragen van de leden en geeft daardoor deels een uiteenzetting van de resultaten van het pionierswerk van de WGZ.

Methoden en Technieken

Foraminiferen uit kalksteen van groeve ’t Rooth, Limburg © A. Krull-Kalkman

 

Het voorbereidende werk geschiedt door toepassing van scheidingstechnieken:
pannen – het scheiden van de zware mineralen van het lichtere materiaal (vnl. kwarts) zeven – het verdelen in korrelgrootte fracties, de fractie 122 – 263 µm is meestal de beste magnetische scheiding – het verder uit elkaar halen van de gekozen zeeffractie met de magneet zorgt voor verdere beperking van het aantal verschillende mineralen per verkregen magnetische fractie

Veel bestaande methoden en technieken zijn niet zo geschikt voor bestudering van zand. Zo blijken de hulpmiddelen die ontwikkeld zijn voor de bestudering van slijpplaatjes minder geschikt omdat zandkorrelpreparaten minstens twee maal dikker zijn dan de slijpplaatjes.

De WGZ heeft enkele manieren om korrelpreparaten te maken ontwikkeld. Daarbij worden in enkele gevallen huis-tuin-en-keuken-middelen gebruikt, in andere gevallen wordt niet ontkomen aan duurdere stoffen. De maker kan kiezen tussen snelheid, veelvuldige en/of veelzijdige bruikbaarheid en/of kwaliteit.

 

  • Een snel, tijdelijk preparaat maakt men door op een objectglaasje korrels in een druppel aangebrachte immersie(inbeddings-)vloeistof de strooien. Eventueel een dekglaasje er over leggen. Honing, entellan of anijsolie worden hierbij gebruikt.
  • Bij een semipermanent preparaat worden de korrels op het objectglaasje gekit, ingebed in een vloeistof en afgedekt met een dekglaasje. Als kitmiddel zijn o.a. Arabische gom, nagellak en New Wave haargel gebruikt. Na gebruik kan de inbeddingsvloeistof weggespoeld worden.
  • Voor een permanent preparaat wordt tegenwoordig nog slechts canada balsem gebruikt. Niet goedkoop, doch een blijvend goed preparaat, als men de procedure goed heeft uitgevoerd. Voordien werden een preparaat met nagellak (ging krimpen en scheuren) of New Wave met entellan (verkleurde, kromp en scheurde) gebruikt. Met veel oefenen onder zeer strikte omgevingsvoorwaarden is evenwel een goed resultaat te krijgen met de laatst genoemde middelen.

Bij de herkenning van de zandmineralen worden met de microscoop een aantal optische eigenschappen bepaald, waarmee via de mineralenzandtabel waarin o.a. deze eigenschappen zijn opgenomen, het mineraal bepaald kan worden. De eigenschappen m.b.v. gepolariseerd licht bepaald, vormen de belangrijkste eigenschappen. Het laat zich raden dat een correcte bepaling van de optische eigenschappen zeer belangrijk is en intensieve oefening vereist.

Gebruikte hulpmiddelen

Eén van de uitgangspunten voor de werkgroep is, om met zo eenvoudig mogelijke en betaalbare middelen de bestudering van het zand uit te voeren.

Tegenwoordig zijn er stereo-microscopen verkrijgbaar die redelijk geprijsd zijn. Vaak zijn ze uit te breiden met een polarisatie-inrichting en/of verschillende voorzetlenzen t.b.v. een andere vergroting. Ook de niet warm wordende ledverlichting is een goede aanvulling, evenals de mogelijkheid om foto’s te maken via een (usb)camera.

Zand bestaat uit korrels met een doorsnede van 2 mm tot 1/16e mm. Om deze in ieder geval te scheiden van de andere korrels en tevens fracties met verschillende korrelgrootten te verkrijgen wordt gebruik gemaakt van een zevenset. Voor bestudering met de polarisatiemicroscoop is de fractie met korrelgrootte tussen 122 en 263 µm favoriet omdat de korrels nog goed zichtbaar zijn en is gebleken dat in deze fractie vaak de meeste zware mineralen zitten.

Om de zware mineralen uit een zandmonster te halen wordt een waspan gebruikt. In feite wordt de kwarts (niet geheel) ‘weggewassen’. Deze handeling vindt normaliter plaats voor het zeven.

Zware mineralen zijn vaak min of meer magnetisch en het kan de herkenning/determinatie van de diverse mineralen zeer vergemakkelijken als de te onderzoeken korrelgroottefractie verdeeld wordt in meerdere magnetische fracties. Hiervoor wordt een luidsprekermagneet gebruikt waar de sterkte gevarieerd wordt door er meer of minder papiertjes voor te houden.

Voor gedegen bestudering van de korrels worden deze in een korrelpreparaat gevat. De WGZ heeft een aantal preparaten met diverse kit- en inbeddingsmiddelen ontwikkeld. De biogene en fossiele deeltjes uit het zand kunnen in frankencellen of de chapmanslide worden opgenomen.

 

Meer weten?

Als u meer wilt weten over de LVGA Werkgroep Zand, dan kunt u altijd terecht bij het bestuur:
Voorzitter: Functie is vacant

Penningmeester: Nynke Posthuma
De Hoorn 2
1188 HH Amstelveen
telefoon: 020 6403867
e-mail: LVGA.werkgroep.zand@geologie.nu of  zandpost@gmail.com

De werkgroep staat open voor LVGA-leden met interesse in zand. Een keertje kosteloos meekomen kijken is altijd mogelijk. De bijeenkomsten zijn  in ’t Honk, te Maarssen-Dorp. Op zaterdag ongeveer één keer per twee maanden. Naast een boeiend programma is er ook gelegenheid tot het uitwisselen van wetenswaardigheden en zand. De adviseur van de werkgroep Anneke de Jong organiseert regelmatig een practicum over diverse onderwerpen.

Back To Top